Triggervinger
In vingers zitten spieren en pezen waardoor de vingers kunnen strekken. Als de spieren aanspannen trekken de pezen aan de vinger waardoor deze beweegt. Deze pezen liggen in een peesschede. Bij een triggervinger blijft de pees vast zitten in de peesschedetunnel. Daardoor blijft de vinger vastzitten tijdens bewegingen. Dit kan ontstaan door irritatie van de peesschedetunnel.
Vooral mensen tussen mensen tussen de 40 en 70 jaar, met diabetes, reuma, een te langzaam werkende schildklier of jicht hebben kans op een triggervinger. Ook mensen die veel dezelfde bewegingen maken (bijvoorbeeld piano spelen) en mensen die en operatie hebben gehad voor het carpaletunnelsyndroom hebben sneller kans op triggervinger Bij kinderen komt een triggerfinger vooral voor in de duim.
-
- Moeite om de vinger te strekken nadat deze volledig gebogen is, meestal de ringvinger of de middelvinger.
- De vinger buigen is pijnlijk,
- De vinger blijft in een gebogen houding vast staan
- Aan de binnenkant van de hand kan een bobbeltje ontstaan.
-
Een triggervinger wordt door een huisarts vastgesteld door uw verhaal in combinatie met lichamelijk onderzoek. Röntgenfoto’s zijn hiervoor meestal niet nodig.
-
Probeer ondanks de pijn in uw hand wel in beweging te blijven. Belast de hand niet te veel. Krijgt u meer last van uw hand of komt u er zelf niet uit? Dan kunt u altijd naar uw huisarts.
-
Binnen het Beweeghuis werken huisartsen, fysiotherapeuten en medisch specialisten samen. Meer informatie over het zorgpad die u kunt volgen vindt u hier.
In samenwerking met huisartsen, fysiotherapeuten, orthopeden en patiënten is een keuzehulp ontwikkeld waar veel behandelopties in beschreven staan. Deze vindt u hier.
Huisarts
Uw huisarts zal een gesprek met u hebben over uw handklachten en een lichamelijk onderzoek uitvoeren. Hij/zij geeft u advies en stuurt u waar nodig door naar een fysiotherapeut of ergotherapeut. De huisarts kan u ook pijnstilling of een spuit in de vinger geven. Als het nodig is kan de huisarts een afspraak voor u maken bij een medisch specialist op de Stadspoli. U kunt met handklachten altijd naar uw huisarts.
Fysiotherapeut
De fysiotherapeut of ergotherapeut gaat eerst na of uw een arts moet bezoeken. De fysiotherapeut of ergotherapeut kan een brace voor u maken die de klachten kan verlichten. Ook kan hij door oefeningen de zwelling proberen te verminderen. Samen bespreekt u welke activiteiten voor u belangrijk zijn. U kunt altijd naar een fysiotherapeut of ergotherapeut.
Medisch specialist
De medisch specialist bespreekt de klachten en bekijkt hoe de klachten invloed hebben op uw leven. Ook zal hij/zij met u bespreken welke behandelingen u al heeft gehad en of deze hebben geholpen. Waar nodig kunnen nog extra niet-operatieve behandelingen worden uitgevoerd. Deze behandelingen hebben als doel dat u kan blijven doen wat u belangrijk vindt. De behandeling kan bestaan uit sport- en werkadvies of injectietherapie.
Als alle behandelingen niet genoeg helpen, wordt een operatie overwogen. Een operatie houdt dan in dat de peesschede vergroot wordt. U krijgt pas een operatie als de voordelen beter zijn dan de risico's. U kunt alleen naar een medisch specialist als een verwijzing van uw huisarts heeft.