De ziekte van Dupuytren
Bij de ziekte van Dupuytren ontstaan er harde knobbels aan de binnenkant van de hand. Deze knobbels is bindweefsel dat veranderd. Ook kunnen er harde draden ontstaan die steeds korter worden. Daardoor kunt u uw hand of vingers niet meer recht krijgen. De ziekte van Dupuytren komt vooral voor bij: mannen, mensen ouder dan 50 jaar, mensen met de ziekte van Ledderhose of de ziekte van Peyronie, mensen die hun hand ooit gebroken hebben en mensen die geopereerd zijn aan hun hand.
-
- Pijnlijke harde knobbels of draden aan de binnenkant van de hand
- Vingers of hand kan krom worden door de draden die korter worden
-
De huisarts weet vaak al of u de ziekte van Dupuytren heeft door uw verhaal in combinatie met lichamelijk onderzoek. Röntgenfoto’s zijn hiervoor meestal niet nodig.
-
Probeer ondanks de pijn in uw hand wel in beweging te blijven. Belast de hand niet teveel. Krijgt u toch meer last van uw hand of komt u er zelf niet uit? Dan kunt u altijd naar uw huisarts.
-
Binnen het Beweeghuis werken de huisarts, fysiotherapeuten en medisch specialisten samen om u te helpen met uw hand-polsklachten. Meer informatie over het zorgpad die u kunt volgen vindt u hier.
Huisarts
Uw huisarts gaat met u in gesprek over uw handklachten en een lichamelijk onderzoek uitvoeren. Hij/zij geeft u advies en verwijst u mogelijk door naar een fysiotherapeut. De huisarts kan u ook pijnstilling geven. Als het nodig is kan de huisarts een afspraak voor u maken bij een medisch specialist. U kunt met handklachten altijd naar uw huisarts.
Fysiotherapeut of ergotherapeut
De fysiotherapeut of ergotherapeut gaat eerst na of u een arts moet bezoeken. Start u met therapie? De fysiotherapeut of ergotherapeut kan een brace voor u maken die de klachten kan verlichten. Samen met de fysiotherapeut of ergotherapeut bespreekt u welke activiteiten voor u belangrijk zijn. U kunt altijd naar een fysiotherapeut of ergotherapeut.
Medisch specialist
De medisch specialist bespreekt de klachten en bekijkt hoe de klachten uw leven beïnvloeden. Ook zal hij/zij met u bespreken welke behandelingen u al heeft gehad en of deze hebben geholpen. Waar nodig worden extra, niet-operatieve behandelingen uitgevoerd. Deze behandelingen hebben als doel dat u kan blijven doen wat u belangrijk vindt. De behandeling kan bestaan uit sport- en werkadvies of injectietherapie.
Wanneer de overige behandelingen niet voldoende helpen, overweegt de medisch specialist een operatie. Tijdens de operate wordt de peesschede vergroot. U krijgt pas een operatie als de voordelen opwegen tegen de nadelen. U kunt alleen naar een medisch specialist als een verwijzing van uw huisarts heeft.